De Minister van LVVN streeft naar een doeltreffende uitvoering van het agro-, visserij- en natuurbeleid en een effectief en efficiënt stelsel voor handhaving en toezicht op deze beleidsterreinen.
De Minister is verantwoordelijk voor de uitvoering van het agro-, visserij- en natuurbeleid (onder meer de uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid) en belegt deze uitvoering jaarlijks bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De uitvoering van handhaving en toezicht binnen deze domeinen is ondergebracht bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), waarvoor de Minister niet alleen opdrachtgever is, maar ook de eigenaarsrol vervult. De Minister is verder (mede)verantwoordelijk voor versterking van de internationale positie via het Landbouwradennetwerk, adequaat veterinair en fytosanitair beleid, toezicht en handhaving op dier- en plantgezondheid, dierenwelzijn, mest, natuur en voedselveiligheid, en uitvoering van het klimaat- en stikstofbeleid.
Het Hoofdlijnenakkoord bevat een apparaatstaakstelling die deels op artikel 24 wordt ingevuld door verlaging van de bijdrage aan de agentschappen NVWA en RVO met 0,5% per jaar in de periode 2025-2029 (structureel 2,5%). Daarnaast leidt de non-ODA taakstelling uit het HLA tot een structurele verlaging van € 3,7 mln. op de bijdrage aan RVO (in 2025 € 1,3 mln.), ingevuld door een verlaging van het budget voor het LVVN Attaché Netwerk.