← KGG · Ministerie van Klimaat en Groene Groei
Artikel 31 · Begroting 2025 (OWB)

Een doelmatige energievoorziening en beperking van de klimaatverandering

Beleid en subsidies voor verduurzaming, energiebesparing en beperking van de klimaatverandering.

/ 02 — Bedragen 2025 (OWB)
Uitgaven
€ 4,5 mrd
Verplichtingen
€ 20,7 mrd
Ontvangsten
€ 2,4 mrd
/ 03 — Toelichting
A · Algemene doelstelling

Beleidsartikel 31 heeft doelstellingen in het kader van het klimaat- en energiebeleid. Het kabinet zet in op een draagbaar, haalbaar en uitvoerbaar klimaatbeleid. Voor het klimaatbeleid, ook in internationaal verband, betreft dit de bijdrage aan het realiseren van de doelen van de klimaatovereenkomst van Parijs en, op basis van de Europese en Nederlandse Klimaatwet, het realiseren van een netto-reductie van broeikasgassen in 2030 van ten minste 55% ten opzichte van 1990 en klimaatneutraliteit in 2050. In het kader van het energiebeleid werkt het kabinet toe naar een CO2-arme energievoorziening die veilig, betrouwbaar, betaalbaar en schoon is, waarbij economische kansen worden verzilverd en de energie-infrastructuur evenwichtig in het ruimtelijk beleid is geïntegreerd. Daarnaast zet het kabinet in op meer eigen duurzame energieproductie om de afhankelijkheid van minder betrouwbare regimes te verkleinen. KGG vervult tevens een aanjagende, coördinerende en ondersteunende rol voor de verduurzaming van de industrie en het mkb.

B · Rol en verantwoordelijkheid

De Minister van Klimaat en Groene Groei is op basis van de Klimaatwet verantwoordelijk voor het nationale klimaatbeleid en voor de inhoudelijke lijn van de Nederlandse inbreng in de ontwikkeling van het Europese en mondiale klimaatbeleid. Op grond van de Elektriciteitswet 1998, de Gaswet, de Warmtewet en de Mijnbouwwet is de minister verantwoordelijk voor het energiebeleid, waaronder het regisseren van de energie-infrastructuur, de uitrol van windenergie op zee, de afwikkeling van de gaswinning uit het Groningenveld en het beheer van het Klimaatfonds. Daarnaast is de minister verantwoordelijk voor het faciliteren van de transitie naar een duurzame en concurrerende industrie, met een regisserende rol via het Nationaal Programma Verduurzaming Industrie (NPVI) en een stimulerende rol via advies, subsidies en inzet op circulair ondernemen in samenwerking met IenW.

C · Beleidswijzigingen 2025

In het Hoofdlijnenakkoord is afgesproken € 1,2 mld te bezuinigen op Klimaatfondsmiddelen voor groene waterstof en batterijen en de beschikbare middelen voor kernenergie te verhogen met € 9,5 mld; dit is verwerkt in het Meerjarenprogramma 2025. Het kabinet-Schoof zet in op de bouw van twee extra kerncentrales naast de reeds voorziene twee, op het openhouden van Kerncentrale Borssele na 2033 via wijziging van de Kernenergiewet, en op versnelling van Small Modular Reactors. Begin 2025 wordt het tweede Klimaatplan aan de Tweede Kamer aangeboden en wordt het Nationaal Programma Energiebesparing voortgezet. Het wetsvoorstel Energiewet, dat de Elektriciteitswet 1998 en de Gaswet vervangt, is door de Tweede Kamer aangenomen en treedt afhankelijk van behandeling in de Eerste Kamer zo spoedig mogelijk in werking. Voor verduurzaming van de industrie is bij de voorjaarsbesluitvorming circa € 717 mln extra vrijgemaakt (onder meer voor maatwerkaanpak en DEI+) en wordt de CO2-heffing vanaf 2028 verhoogd; daarnaast wordt de salderingsregeling per 2027 beëindigd en wordt gewerkt aan aanpassing van de Mijnbouwwet en een Programma Duurzaam Gebruik Diepe Ondergrond.

Volledige Memorie van Toelichting ↗