€10.5 mrd
naar Brussel.
Boven de Rijksbegroting zit nog een laag: het Nederlandse aandeel in de EU-begroting. In 2024 droeg Nederland €10.5 mrd af aan de Europese Unie, en ontving €2.5 mrd terug. Nederland is daarmee netto betaler.
Nederland is een van de grootste netto betalers. Rijke, bevolkte lidstaten dragen bij; lidstaten met meer landbouw of achterblijvende regio's krijgen netto geld terug (via GLB en cohesiefondsen). Hieronder de 16 grootste EU-begrotingsposities over 2023.
In absolute euro's is Duitsland de grootste betaler, maar per hoofd van de bevolking ligt Nederland hoger. Luxemburg krijgt netto juist geld terug (EU-instellingen zijn er gevestigd) — daardoor vertekent dat cijfer.
Bron: EU Commission "EU Financial Report 2023" (DG BUDG, juli 2024). Bevat de 16 lidstaten met grootste absolute positie; kleinere lidstaten weggelaten voor leesbaarheid. "Netto ontvangers" die EU-instellingen huisvesten (België, Luxemburg) krijgen extra inkomsten uit salariskosten van EU-ambtenaren, wat hun positie vertekent.
Binnen het Meerjarig Financieel Kader (MFK) 2021-2027 gaat het overgrote deel naar twee grote blokken: landbouwbeleid en cohesie (achtergebleven regio's helpen).
De €10,5 mrd afdracht verschijnt in de Rijksbegroting als uitgave van het Ministerie van Buitenlandse Zaken (hoofdstuk V). Dus is het onderdeel van de €374 mrd die we op /rijk tonen, maar verborgen in één artikel.
Hier maken we het expliciet — omdat dit één van de weinige uitgavenposten is waar Nederland direct over meebeslist via de Raad (niet alleen de Kamer).
Landbouwsubsidies (€0,7 mrd) gaan naar Nederlandse boeren via RVO. Cohesiefondsen (€0,4 mrd) via provincies + LVVN. Horizon-onderzoek (€1,2 mrd) naar universiteiten en TNO. Erasmus (€0,2 mrd) naar studenten + onderwijs.
Dat deel wordt niet als "EU-ontvangst" in de Rijksbegroting geboekt omdat het vaak direct bij de eindontvanger terechtkomt, niet bij het Rijk.