29 hoofdstukken.
Eén Rijksbegroting.
Vier harde Rijks-normen, zichtbaar per ministerie.
Rechtmatigheid (fouten <1%, AR-Verantwoordingsonderzoek) · Onvolkomenheden (ideaal 0, AR) · Inhuur (Motie-Roemer 2009 <10%, JBR) · Diversiteit (doel 50% vrouwen schaal 15+, JBR). Per ministerie getoond als gekleurde chips onder elke rij. Klik een ministerie voor alle KPI's (bedrijfsvoering + beleid uit MvT).
De beleidsmakende ministeries van het Rijk. Elk ministerie heeft een eigen minister, begroting én personeelsapparaat, en is verantwoordelijk voor een beleidsdomein (bv. onderwijs, zorg, justitie).
Sociale zekerheid, arbeidsmarkt, pensioenen, uitkeringen (AOW/WW/WIA), arbeidsomstandigheden en integratie.
Beleidsverantwoordelijk voor onderwijs (po/vo/mbo/ho), cultuur, wetenschap, media en emancipatie.
Zorgstelsel, volksgezondheid, langdurige zorg, jeugdzorg, welzijn en sport.
Beheert de Rijksfinanciën, stelt de begroting op, heft belastingen (Belastingdienst) en houdt financieel toezicht.
Waarborgt de rechtsstaat en nationale veiligheid: politie, rechtspraak, gevangeniswezen, migratie en terrorismebestrijding.
Beleid voor wegen, spoor, vaarwegen, luchtvaart, waterveiligheid, milieu en leefomgeving.
Verzorgt het buitenlands beleid, diplomatie, EU-zaken en consulaire dienstverlening aan Nederlanders in het buitenland.
Buitenlandse handelspolitiek, exportbevordering en internationale ontwikkelingssamenwerking.
Krijgsmacht van Nederland: bescherming van het grondgebied, bondgenootschappelijke verdediging (NAVO) en internationale crisisbeheersing.
Woonbeleid, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en uitvoering van de Nationale Woonagenda (nieuw ministerie sinds 2024).
Verantwoordelijk voor openbaar bestuur, democratie, de Rijksdienst en digitale overheid.
Coördineert de relaties met Curaçao, Aruba en Sint Maarten binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Beleid voor landbouw, visserij, voedselvoorziening, natuurbescherming en stikstofaanpak.
Klimaatbeleid, energietransitie, duurzaamheid en groene economische groei (afgesplitst van EZK in 2024).
Economisch beleid, mkb, innovatie, digitale economie, mededinging en topsectoren.
Ondersteunt de minister-president en coördineert het algemene regeringsbeleid en de Rijkscommunicatie.
Begrotingsfondsen zijn geoormerkte geldstromen die door andere partijen worden besteed — gemeenten, provincies, infrastructuurprojecten. Ze hebben geen eigen ministerie of personeel; het Rijk beheert slechts de pot.
Algemene uitkering van het Rijk aan alle Nederlandse gemeenten voor hun takenpakket (jeugdzorg, bijstand, Wmo, openbare ruimte).
Meerjarige financiering van defensiematerieel, infrastructuur en IT — ingesteld om stabiliteit in materieelinvesteringen te borgen.
Meerjarige investeringen in wegen, spoor, openbaar vervoer, vaarwegen en fietspaden.
Algemene uitkering van het Rijk aan de twaalf provincies voor regionaal bestuur en beleid.
Investeringen in waterveiligheid, zoetwatervoorziening en waterkwaliteit — de lange-termijn opvolger van het Deltaplan.
Financiering van het Klimaatakkoord: energietransitie, CO₂-reductie en subsidies voor verduurzaming.
Investeringsfonds voor kennisontwikkeling, onderzoek, innovatie en infrastructuur, gericht op langere-termijn economische groei.
Uitkeringen aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Caribisch Nederland).
Financiert preventie en bestrijding van dierziekten in de landbouwsector; gefinancierd door het Rijk en de sector.
Onafhankelijke staatsorganen buiten de reguliere ministeries: de Koning, Staten-Generaal, en adviescolleges. Beperkte budgetten; hun rol is constitutioneel en controlerend.
Onafhankelijke staatsorganen: Raad van State, Algemene Rekenkamer, Nationale Ombudsman en adviescolleges.
Tweede Kamer en Eerste Kamer: vergoedingen voor leden, ambtelijke ondersteuning en parlementaire voorzieningen.
Begroting van het Koninklijk Huis: grondwettelijke uitkeringen, functionele uitgaven en personele ondersteuning.
De rente- en aflossingslasten op de Nederlandse staatsschuld. Geen beleid, geen personeel — puur financieel. Een van de grootste uitgavenposten van de Rijksbegroting.