/ 02 — Het rijk in cijfers · 2024

Het Rijk
als werkgever.

Rijksbrede cijfers over omvang, leeftijd, geslacht, salarisschalen en ziekteverzuim — volgens het Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2024. Per-ministerie cijfers vind je op de ministerie-pagina's.

/ Kerngetallen 2024
FTE Rijk
157.019
+36.7% sinds 2007 · exclusief Defensie-krijgsmacht
Medewerkers
165.903
Tellingen (niet fte)
Gem. leeftijd
44,8 jaar
Daalt sinds 2020 (46,4 jaar)
Apparaatsuitgaven
€ 21,3 mrd
2024 totaal
/ Rijksbegroting 2025 (OWB)
Uitgaven
€ 374,1 mrd
Totaal van alle 29 begrotingshoofdstukken
Ontvangsten
€ 389,3 mrd
Vnl. belastingen, premies, aardgasbaten
Saldo Rijk­begroting
+€ 15,2 mrd
Ontvangsten − uitgaven van alleen de Rijks­begroting.
Niet hetzelfde als het EMU-saldo hieronder.
/ Let op — Rijks­saldo ≠ EMU-saldo

Het Rijks­saldo hierboven is alleen de Rijks­begroting. Brussel kijkt naar het EMU-saldo — het saldo van de geconsolideerde overheid: Rijk + sociale fondsen (AOW, WW, WIA) + decentrale overheden (provincies, gemeenten, waterschappen) − onderlinge transfers. Daar slaan ook de Maastricht-drempels op (tekort ≤ 3%, schuld ≤ 60% BBP).

EMU-saldo 2025
-2,2% BBP
≈ −€ 24,6 mrd
Maastricht-drempel: tekort ≤ 3% BBP
EMU-schuld ultimo 2025
46,0% BBP
≈ € 515,0 mrd
Maastricht-drempel: schuld ≤ 60% BBP
/ Zichtbare verhouding
Uitgaven € 374,1 mrd
€ 374,1 mrd
Ontvangsten € 389,3 mrd
€ 389,3 mrd
Let op: dit is niet het EMU-saldo

Het feitelijk rijkssaldo hierboven vergelijkt alleen de Rijksbegroting in enge zin (29 hoofdstukken). Het EMU-saldo (maatstaf voor de Europese begrotingsregels) telt ook decentrale overheden en sociale fondsen mee en komt volgens de Miljoenennota 2025 uit op ongeveer -2,6% BBP (≈ -€30 mrd), wat betekent dat de brede overheid juist een tekort heeft.

Het verschil zit in posten die niet direct op de 29 hoofdstukken staan: AOW/WW-uitkeringen via fondsen, zorguitgaven via ZVW-premies, en gemeentelijke + provinciale begrotingen.

Bron: Rijksbegroting OWB 2025 · saldo op basis van gegund bedrag per hoofdstuk; EMU-saldo van Miljoenennota 2025.

/ Overheidsschuld · ontwikkeling sinds 1995

De geconsolideerde overheidsschuld (EMU) meet de uitstaande schuldpositie van Rijk + sociale fondsen + decentrale overheden. Het Stabiliteits- en Groeipact stelt een drempel van 60% BBP. Nederland overschreed die tussen 2009 en 2016 na de kredietcrisis, daalde daarna tot onder 50% en spiked kortstondig in 2020 (COVID) en opnieuw in 2025 door extra uitgaven en stijgende rente.

Schuld / BBP 2025
46,0%
≈ € 515,0 mrd op BBP € 1120,0 mrd
-14,0%-punten onder de Maastricht-drempel.
Piek na kredietcrisis
67,8%
ultimo 2014 · schuldquote na ING/ABN-reddingsoperaties
40%50%60%70%80%Maastricht 60%1995200020052010201520202025
EMU-schuld NL Maastricht-drempel 60%
/ EMU-saldo · 2000–2025 (% BBP)

Overschot (groen) of tekort (rood) van de hele overheid als % BBP. Stippellijn = Maastricht-drempel van −3%. Grootste uitschieters: kredietcrisis (2009-2010), COVID (2020), en het nieuwe uitgaven­pakket voor 2025.

+6%
−6%
200020052010201520202025

Bron schuld + saldo: CBS StatLine 82565NED "Overheidsschuld en -tekort (EMU)" · CPB Macro-Economische Verkenning 2026 (september 2025) voor de raming 2025. EMU-schuld is geconsolideerde schuld — interne schuld tussen overheidslagen (bv. staatsobligaties in handen van sociale fondsen) wordt niet meegeteld.

/ FTE-trend · 2007–2024
114.850 → 157.019 FTE (+36.7%)

Drie duidelijke fasen: 2007-2013 een lichte krimp onder Balkenende IV en Rutte I/II (-5%, van 114.850 naar 108.836 FTE), 2014-2019 een voorzichtig herstel (+10%), en 2020-2024 een explosieve groei (+32%) — vooral bij JenV (asielketen), Financiën (Belastingdienst ICT-transitie) en de Rijksinspecties.

114.850200720102012108.836201420162018119.18520202022157.0192024
Krimp 2007–2013
−5,2%

Balkenende IV en Rutte I bezuinigingen; programma Vernieuwing Rijksdienst uitgefaseerd.

Herstel 2014–2019
+9,5%

Rutte II/III: terug-inhuren na uitbestedingsgolf; asielinstroom 2015; Belastingdienst-herstel.

Explosie 2019–2024
+31,7%

Covid-capaciteit; Toeslagenaffaire-hersteloperatie; asielketen; klimaat & stikstof-opgave.

Bronnen: BZK "Een doorkijk in het personeelsbestand van het Rijk" (2017) voor 2007-2014, JBR-reeks 2015-2024 via kennisvandeoverheid.nl / JBR 2024. Consistente scope: ministeries + HCvS + Rechtspraak, excl. Defensie-krijgsmacht. Jaar 2008 niet gepubliceerd.
/ Leeftijdsverdeling

Het Rijk vergrijst relatief: veel meer 50-plussers dan de Nederlandse beroeps­bevolking gemiddeld. Tegelijk groeit sinds 2020 de instroom van onder-dertigers — van 10.5% naar 13.9%.

<30 jaar 30-40 jaar 40-50 jaar 50-60 jaar 60+
Rijk 2024157.019 fte
13.9%
24.2%
21.3%
24.9%
15.6%
Nederland 2024CBS werkenden
27.3%
20.9%
18.7%
20.8%
12.3%
/ Rijk, 2020 → 2024
2020
2021
2022
2023
2024
/ Geslacht & salarisschaal
Rijk totaal, 2024
48.4% man
51.6% vrouw

Aandeel vrouwen is sinds 2020 gestegen van 48.3% naar 51.6%; het Rijk passeerde in 2023 de 50%-grens.

Vrouwen in hogere schalen
Schaal S12-1445%
2020: 40.7%Doel 45–55% in 2026
Schaal S15+40.9%
2020: 34.2%Doel 45–55% in 2026
/ Externe inhuur
Totaal 2024
€ 3,7 mrd
15.4% van alle personeelsuitgaven. Boven de Roemer-norm van 10%.
Groei sinds 2020: +89% (van € 1,9 mrd naar € 3,7 mrd)
Verdeling naar uitgavesoort 2024
Beleid€ 433,0 mln
Beleidsondersteuning€ 2,2 mrd
Uitvoering€ 1,1 mrd
/ Ziekteverzuim

Voortschrijdend jaargemiddelde. Het Rijk zit in 2024 op 6,4%, fractioneel boven het CBS-gemiddelde voor organisaties met meer dan 100 medewerkers (6,1%).

Rijk NL, orgs >100 medewerkers
20202021202220232024
5,3%
2020
5,5%
2021
6,5%
2022
6,3%
2023
6,4%
2024
/ Dienstjaren

Een snel-verjongend personeelsbestand: in 2020 had 40.1% minder dan 6 jaar dienstverband; in 2024 is dat 54.5%. De mediane carrière-Rijksambtenaar is veel jonger in dienst dan een halve decade geleden.

0-5 jaar 6-10 jaar 11-20 jaar 21-30 jaar 31+
2020
40.1%
20.8%
18.6%
11.2%
2021
45%
19.6%
15.8%
10.1%
2022
46.5%
12.8%
20.2%
10.9%
2023
52.2%
12.1%
17.5%
10.1%
2024
54.5%
11.8%
17.4%
/ Bron
Jaarrapportage Bedrijfsvoering Rijk 2024 — gepubliceerd 2025-05-21
Ministeries exclusief Defensie-krijgsmacht, plus Rechtspraak (CAO Rijk), Hoge Colleges van Staat (CAO Rijk) en enkele ZBO's zonder rechtspersoonlijkheid.