Zelfde wet,
twaalf schalen.
Indicatoren die alle twaalf provincies op dezelfde manier rapporteren — bedrijfsvoering, personeel, financiën, macro-economie en beleid. Bronnen: jaarstukken (2024), Personeelsmonitor Provincies, CBS StatLine, RIVM AERIUS.
Uitgaven-schaal en personeelsomvang. Uit jaarstukken + Personeelsmonitor.
Bron: Jaarstukken 2024 + Personeelsmonitor Provincies 2024
Totale lasten uit de jaarstukken 2024, gedeeld door het aantal inwoners per 1 januari 2025.
Lagere dichtheid (Zeeland, Drenthe, Flevoland) leidt tot hogere uitgaven per inwoner: zelfde hoeveelheid wegen, natuur en OV verdeeld over minder mensen. Geen efficiëntie-oordeel.
Ambtelijke FTE per 10.000 inwoners. Peildatum 31-12-2024 (Personeelsmonitor).
Lage inwonersdichtheid tilt het cijfer omhoog — fysieke taken (wegenbeheer, natuur, vergunningen) schalen niet lineair met bevolking.
Personeelskosten 2024 (excl. inhuur) / FTE. Volledige werkgeverslasten: pensioen, sociale premies, opleiding, reiskosten.
Verschillen komen uit schaalverdeling (aandeel senior-ambtenaren), leeftijdsopbouw en inhuur-strategie.
Aandeel externe inhuur in de totale personele uitgaven. Roemer-norm (2009) = max 10%.
Niet alle provincies publiceren inhuur apart. Waar leeg: zie /provincies/[slug].
Ratios en algemene dekkingsmiddelen uit de jaarstukken-paragraaf Weerstandsvermogen.
Bron: Jaarstukken 2024 per provincie, artikel 27 BBV
Eigen vermogen / Totaal vermogen × 100, ultimo 2024.
Hoger = meer eigen buffer. Boven 40% is "gezond"; onder 20% wordt door toezichthouder aandachtspunt.
Netto schuld / Totale baten × 100 — VNG-signaalwaarden: <90% gezond, 90-130% waakzaam, >130% risico.
Vergelijkbaar met gemeentelijke VNG-signaalwaarden. Provincies zitten doorgaans lager dan gemeenten.
Provinciefonds-uitkering + opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB), totaal 2024.
De provincie zelf heeft weinig vrij-besteedbare middelen. Opcenten MRB zijn nu ~77,5% van alle eigen inkomsten.
Regionale economische schaal — BBP, arbeidsmarkt, banen. Uit CBS StatLine.
Bron: CBS StatLine 84432NED (BBP), 80072NED (arbeidsmarkt)
Bruto regionaal product per inwoner 2022 — CBS 84432NED.
Noord-Holland en Utrecht domineren door hoofdkantoren + Amsterdam/Schiphol. Friesland/Drenthe scoren laag door overwegend agrarisch-industriële activiteit.
Werkloosheidspercentage volgens ILO-definitie, jaargemiddelde.
CBS 80072NED. Landelijk gemiddelde 2024 was ~3,7%; provinciale spread is klein.
Aantal banen van werknemers per 1.000 inwoners.
Hoog = werk-dominante regio (Noord-Holland, Utrecht); laag = woonprovincie (Flevoland).
Fysieke / beleidsmatige opgaven — infrastructuur, woningbouw, stikstof.
Bron: CBS StatLine 70806ned / 82235NED, RIVM AERIUS Monitor
Aantal netto toegevoegde woningen in 2024. CBS 82235NED.
Rijksopgave 900.000 woningen 2022-2030 is verdeeld per provincie via regionale woondeals. Absolute aantallen schalen sterk met provincie-grootte.
% van provinciale woondeal-opgave 2022-2030 dat in 2024 is gerealiseerd.
Peiling: bij proportionele realisatie zou elk jaar ~12% van de 2022-2030 opgave worden voltooid (9 jaar × ~11% = 100%).
Lengte van wegen in beheer bij de provincie (km). CBS 70806ned.
Grote provincies (Gelderland, Noord-Brabant) hebben meer km, maar per km is het groter-schaal onderhoud vaak efficiënter.
Gemiddelde totale stikstofdepositie 2023 op N2000-gebieden (mol/ha/jaar). RIVM AERIUS Monitor.
KDW (kritische depositiewaarde) varieert per habitat; gemiddelde overschrijding blijft in 2024 ruim 70% van alle N2000-hectares.
Totale lasten per provincie uit het Overzicht van baten en lasten (artikel 27 BBV) in de jaarstukken. Elke provincie publiceert dit op de eigen site; bij Uitgaven per inwoner kijk je in feite naar de exploitatie-realisatie 2024, niet de begroting.
FTE, personeelskosten, inhuur en ziekteverzuim komen uit de jaarlijkse monitor van A&O-fonds Provincies — peildatum 31-12-2024. Deze is rijksbreed uniform gedefinieerd, dus onderling direct vergelijkbaar in tegenstelling tot de programma-indeling van de jaarstukken zelf (die verschilt per provincie).
Belangrijk: dit zijn bedrijfsvoerings-indicatoren — ze zeggen niets over effectiviteit van beleid (woningbouw, natuur, OV, energietransitie). Voor beleidsvergelijking zijn de provinciale programma's onvergelijkbaar zonder handmatige mapping (geen BBV-taakveld-equivalent zoals bij gemeenten).