/ Provincies · Vergelijken

Zelfde wet,
twaalf schalen.

Indicatoren die alle twaalf provincies op dezelfde manier rapporteren — bedrijfsvoering, personeel, financiën, macro-economie en beleid. Bronnen: jaarstukken (2024), Personeelsmonitor Provincies, CBS StatLine, RIVM AERIUS.

/ Bedrijfsvoering (basis)

Uitgaven-schaal en personeelsomvang. Uit jaarstukken + Personeelsmonitor.

Bron: Jaarstukken 2024 + Personeelsmonitor Provincies 2024

/ Uitgaven per inwoner
€ / inwoner

Totale lasten uit de jaarstukken 2024, gedeeld door het aantal inwoners per 1 januari 2025.

Zeeland
€1.582
Groningen
€929
Limburg
€780
Fryslân
€748
Drenthe
€651
Flevoland
€496
Overijssel
€469
Gelderland
€420
Utrecht
€401
Noord-Brabant
€313
Zuid-Holland
€240
Noord-Holland
€210

Lagere dichtheid (Zeeland, Drenthe, Flevoland) leidt tot hogere uitgaven per inwoner: zelfde hoeveelheid wegen, natuur en OV verdeeld over minder mensen. Geen efficiëntie-oordeel.

/ FTE per 10.000 inwoners
fte / 10 000 inw.

Ambtelijke FTE per 10.000 inwoners. Peildatum 31-12-2024 (Personeelsmonitor).

Zeeland
16,1
Groningen
15,2
Drenthe
13,0
Fryslân
12,4
Flevoland
11,1
Limburg
8,6
Utrecht
7,6

Lage inwonersdichtheid tilt het cijfer omhoog — fysieke taken (wegenbeheer, natuur, vergunningen) schalen niet lineair met bevolking.

/ Kosten per FTE
€ / FTE

Personeelskosten 2024 (excl. inhuur) / FTE. Volledige werkgeverslasten: pensioen, sociale premies, opleiding, reiskosten.

1
Overijssel
€92k
2
Fryslân
€94k
3
Zeeland
€95k
4
Utrecht
€98k
6
Groningen
€100k
8
Drenthe
€102k
9
Flevoland
€103k
10
Gelderland
€104k
11
Limburg
€108k
12
Noord-Brabant
€122k

Verschillen komen uit schaalverdeling (aandeel senior-ambtenaren), leeftijdsopbouw en inhuur-strategie.

/ Inhuur-ratio (Roemer-norm)
% externe inhuur

Aandeel externe inhuur in de totale personele uitgaven. Roemer-norm (2009) = max 10%.

Niet alle provincies publiceren inhuur apart. Waar leeg: zie /provincies/[slug].

/ Financieel

Ratios en algemene dekkingsmiddelen uit de jaarstukken-paragraaf Weerstandsvermogen.

Bron: Jaarstukken 2024 per provincie, artikel 27 BBV

/ Solvabiliteitsratio
% solvabiliteit

Eigen vermogen / Totaal vermogen × 100, ultimo 2024.

Overijssel
76,0%
Flevoland
75,0%
Limburg
75,0%
Fryslân
68,0%
Utrecht
52,0%
Drenthe
47,3%
Zuid-Holland
43,0%
Groningen
41,0%
Zeeland

Hoger = meer eigen buffer. Boven 40% is "gezond"; onder 20% wordt door toezichthouder aandachtspunt.

/ Netto-schuldquote
% schuldquote

Netto schuld / Totale baten × 100 — VNG-signaalwaarden: <90% gezond, 90-130% waakzaam, >130% risico.

1
Overijssel
-114,0%
2
Flevoland
-40,0%
3
Fryslân
-8,0%
4
Drenthe
-5,2%
5
Limburg
10,0%
6
Groningen
32,0%
7
Utrecht
35,0%
Zeeland

Vergelijkbaar met gemeentelijke VNG-signaalwaarden. Provincies zitten doorgaans lager dan gemeenten.

/ Algemene dekkingsmiddelen
€ algemene dekking

Provinciefonds-uitkering + opcenten motorrijtuigenbelasting (MRB), totaal 2024.

Noord-Brabant
€886 mln
Zuid-Holland
€876 mln
Noord-Holland
€657 mln
Utrecht
€530 mln
Overijssel
€490 mln
Zeeland
€484 mln
Fryslân
€437 mln
Limburg
€432 mln
Groningen
€361 mln
Drenthe
€282 mln
Flevoland
€253 mln

De provincie zelf heeft weinig vrij-besteedbare middelen. Opcenten MRB zijn nu ~77,5% van alle eigen inkomsten.

/ Macro-economie

Regionale economische schaal — BBP, arbeidsmarkt, banen. Uit CBS StatLine.

Bron: CBS StatLine 84432NED (BBP), 80072NED (arbeidsmarkt)

/ BBP per inwoner
€ / inwoner

Bruto regionaal product per inwoner 2022 — CBS 84432NED.

Noord-Holland
€70.285
Utrecht
€64.928
Noord-Brabant
€55.475
Groningen
€55.332
Zuid-Holland
€53.597
Limburg
€48.433
Zeeland
€46.205
Overijssel
€45.476
Gelderland
€45.360
Flevoland
€40.100
Fryslân
€39.052
Drenthe
€37.146

Noord-Holland en Utrecht domineren door hoofdkantoren + Amsterdam/Schiphol. Friesland/Drenthe scoren laag door overwegend agrarisch-industriële activiteit.

/ Werkloosheid
% werkloos

Werkloosheidspercentage volgens ILO-definitie, jaargemiddelde.

CBS 80072NED. Landelijk gemiddelde 2024 was ~3,7%; provinciale spread is klein.

/ Banen per 1.000 inwoners
banen / 1 000 inw.

Aantal banen van werknemers per 1.000 inwoners.

Hoog = werk-dominante regio (Noord-Holland, Utrecht); laag = woonprovincie (Flevoland).

/ Beleid & realisatie

Fysieke / beleidsmatige opgaven — infrastructuur, woningbouw, stikstof.

Bron: CBS StatLine 70806ned / 82235NED, RIVM AERIUS Monitor

/ Woningbouw 2024 (netto)
woningen

Aantal netto toegevoegde woningen in 2024. CBS 82235NED.

Zuid-Holland
18.485
Noord-Holland
12.993
Noord-Brabant
12.563
Gelderland
9.724
Utrecht
6.364
Overijssel
4.169
Limburg
3.853
Flevoland
3.260
Groningen
2.250
Fryslân
2.019
Zeeland
1.779
Drenthe
1.361

Rijksopgave 900.000 woningen 2022-2030 is verdeeld per provincie via regionale woondeals. Absolute aantallen schalen sterk met provincie-grootte.

/ Woningbouw realisatie
% opgave

% van provinciale woondeal-opgave 2022-2030 dat in 2024 is gerealiseerd.

Peiling: bij proportionele realisatie zou elk jaar ~12% van de 2022-2030 opgave worden voltooid (9 jaar × ~11% = 100%).

/ Provinciale wegen
km weg

Lengte van wegen in beheer bij de provincie (km). CBS 70806ned.

Gelderland
1.357 km
Overijssel
863 km
Noord-Holland
779 km
Zuid-Holland
716 km
Fryslân
675 km
Noord-Brabant
611 km
Groningen
576 km
Zeeland
549 km
Flevoland
541 km
Drenthe
525 km
Limburg
520 km
Utrecht
403 km

Grote provincies (Gelderland, Noord-Brabant) hebben meer km, maar per km is het groter-schaal onderhoud vaak efficiënter.

/ Stikstofdepositie gemiddeld
mol / ha / jr

Gemiddelde totale stikstofdepositie 2023 op N2000-gebieden (mol/ha/jaar). RIVM AERIUS Monitor.

KDW (kritische depositiewaarde) varieert per habitat; gemiddelde overschrijding blijft in 2024 ruim 70% van alle N2000-hectares.

/ Bronnen & methodologie
Jaarstukken 2024

Totale lasten per provincie uit het Overzicht van baten en lasten (artikel 27 BBV) in de jaarstukken. Elke provincie publiceert dit op de eigen site; bij Uitgaven per inwoner kijk je in feite naar de exploitatie-realisatie 2024, niet de begroting.

Personeelsmonitor Provincies

FTE, personeelskosten, inhuur en ziekteverzuim komen uit de jaarlijkse monitor van A&O-fonds Provincies — peildatum 31-12-2024. Deze is rijksbreed uniform gedefinieerd, dus onderling direct vergelijkbaar in tegenstelling tot de programma-indeling van de jaarstukken zelf (die verschilt per provincie).

Belangrijk: dit zijn bedrijfsvoerings-indicatoren — ze zeggen niets over effectiviteit van beleid (woningbouw, natuur, OV, energietransitie). Voor beleidsvergelijking zijn de provinciale programma's onvergelijkbaar zonder handmatige mapping (geen BBV-taakveld-equivalent zoals bij gemeenten).