Studiefinanciering
Studiefinanciering voor studenten in het mbo, hbo en wo.
Het stelsel van studiefinanciering biedt studenten in het hbo, wo en in de beroepsopleidende leerweg de financiele mogelijkheden om in Nederland en daarbuiten onderwijs te kunnen volgen.
De minister is verantwoordelijk voor de doeltreffende en doelmatige werking van het stelsel van studiefinanciering, zoals geregeld in de Wet studiefinanciering 2000. De minister financiert het stelsel waarbij de financiele toegankelijkheid is gewaarborgd; er zijn geen onoverkomelijke financiele belemmeringen om te gaan studeren. Tegelijkertijd wordt recht gedaan aan het principe dat studeren ook een investering van de student zelf is en aan de bijdrage die ouders daaraan kunnen leveren.
De wet herinvoering basisbeurs regelt dat studenten die daar recht op hebben vanaf 2025 een tegemoetkoming krijgen wanneer zij binnen de diplomatermijn afstuderen; het bedrag wordt verrekend met de studieschuld of uitbetaald als er geen studieschuld resteert. Ook is de vormgeving van de studievoorschotvouchers per 1 september 2023 aangepast, waardoor (oud-)studenten voortaan geld of korting op hun studieschuld krijgen in plaats van tegoed voor een nieuwe opleiding, en is de tijdelijke koopkrachtmaatregel voor uitwonende studenten per 1 september 2024 afgelopen. Daarnaast zijn in deze begroting de budgettaire gevolgen van de studiefinancieringsmaatregelen uit het hoofdlijnenakkoord opgenomen, waaronder de extra tegemoetkoming voor studenten die onder het leenstelsel hebben gestudeerd (vanaf 2027 uitgekeerd, in totaal 1,4 miljard euro) en het afschaffen van de OV-vergoeding voor Nederlandse studenten in het buitenland. Het budget voor de OV-vergoeding is verlaagd met de beoogde besparing van 4 miljoen euro in 2026 oplopend tot 30 miljoen euro structureel buiten de begrotingshorizon; bij Voorjaarsnota 2025 wordt de maatregel opnieuw geraamd en er zal nog een uitvoeringstoets plaatsvinden.